Toelichting
Elke uiterwaard kent zijn eigen inundatiedynamiek, enerzijds bepaald door natuurlijke hoogtes zoals historische geulen, oeverwallen en rivierduinen, maar ook door menselijke ingrepen zoals zomerkades, terpen en vergravingen t.b.v. delfstoffenwinning. Al deze gebieden bepalen of en hoe lang een gebied onder water komt te staan. In deze viewers wordt zichtbaar hoe die dynamiek eruitziet in relatie tot de afvoer in de rivier.
De uiterwaard die kan overstromen is onderverdeeld in drie typen:droog, in open verbinding, of met rivierkwel gevoed
- Droog, boven rivierpeil: betekent dat het gebied bij dat debiet boven water ligt en daarom droog is.
- Open verbinding met rivier: is nat, staat bij die overstromingsduur en debiet onder water en dit water verbonden is met de rivier.
- Potentieel rivierkwel gevoed: betekent dat het gebied onder het rivierpeil ligt van de naastgelegen rivier, maar dat er geen open verbinding is met de rivier (bv door een kade die de uiterwaard begrenst). De waterstand daar wordt bepaald door grondwater en kwel, niet door directe verbinding met het rivierwater.
Wanneer je in de kaart op een uiterwaard klikt, verschijnt een figuur met de verdeling van deze drie typen.
Bij laag debiet is de uiterwaard vaak nog 100% droog; bij hogere debieten neemt vaak eerst het aandeel wat door rivierkwel wordt gevoed toe en daarna komt dat in directe verbinding met de rivier te staan. Veel uiterwaarden laten een plotselinge sprong zien van potentieel kwelgevoed naar een open verbinding:
dit is het moment waarop een geïsoleerde laagte bij stijgend rivierpeil in verbinding komt te staan met de rivier. Overstroomt meteen een groot gebied, dan betekent dat meestal dat de zomerkade overstroomt
— de hele uiterwaard komt dan in contact met de rivier. Gebieden die niet begrenst zijn door een kade of ander hoogte gaan veelal direct over van droog naar nat.
De figuren kan je per stuk downloaden onder het kopje grafieken.
Onderaan rechts in de kaart kun je een overstromingsduur selecteren; dit bepaalt welke waterstand zichtbaar wordt op de kaart. Rechtsboven kun je extra informatielagen aanzetten, die verdieping bieden bij wat de kaarten laten zien:
bijvoorbeeld de mogelijke droogval van wateren; dit is gebaseerd op informatie uit het droge jaar 2018.
Ook kunnen de N2000-habitats van het rivierengebied geselecteerd worden. De lagen met krabbenscheer en fonteinkruiden zijn standaard actief — dit zijn karakteristieke soorten van laagdynamische natuur.
Linksonder vind je de navigatietools; de zoekfunctie is gekoppeld aan de uiterwaarden, er kan dus op naam worden gezocht.

Uiterwaarden met een zomerkade hebben ook altijd een sluisje waardoor water in- en uitgelaten kan worden. In de inundatiekaarten is rekening gehouden met het beheer van deze sluisjes.
De uiterwaard stroomt dan vol bij het peil waarbij de beheerder de sluis openzet. Bij sommige uiterwaarden zijn er verschillen tussen zomer en de winter, waarbij de sluis in de zomer langer dicht blijft.
In deze kaartviewer is zichtbaar gemaakt welke uiterwaarden dat zijn, en wat het gevolg is voor de inundatie in de verschillende seizoenen.
Als je nu op de uiterwaard klikt, dan verschijnen twee diagrammen: één voor de winter en één voor de zomer. Bij het selecteren van het debiet kun je ook filteren op seizoen,
zodat de verschillen snel zichtbaar worden. De verdere navigatie is gelijk aan de Kaartenset.


